top of page

Onderwijs als lichaam, de mensen daarbinnen als ziel

  • Foto van schrijver: Pien
    Pien
  • 30 okt 2025
  • 3 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 16 uur geleden

“U moet niet proberen een deel te genezen zonder het geheel te behandelen. U moet niet proberen het lichaam te genezen zonder de ziel erbij te betrekken; als u het hoofd en het lichaam gezond wilt maken, moet u beginnen met het genezen van de ziel. Dit laatste is het belangrijkste. Laat niemand u overhalen zijn lichaam te genezen, als hij u niet eerst gevraagd heeft zijn ziel te genezen. De grootste fout die dokters in onze tijd bij de behandeling van het lichaam maken, is dat ze beginnen met de ziel van het lichaam te scheiden.” — Plato



Dit citaat staat niet toevallig in mijn boek EigenlijkWijs – ACV: een volledig curriculum vanuit burgerschapsperspectieven. Het raakt aan een inzicht dat vandaag de dag pijnlijk actueel is. Niet alleen in de geneeskunde waar Plato over sprak, maar juist ook in het onderwijs.


Want wie met deze woorden naar het onderwijs kijkt, ziet het onmiddellijk: het onderwijs als systeem is het lichaam. De mensen die zich daarin bewegen -leerlingen, leraren, schoolleiders- vormen de ziel.



Een lichaam dat voortdurend wordt behandeld

In het onderwijs praten we veel over het lichaam. Over structuren, resultaten, systemen en opbrengsten. We diagnosticeren wat er niet goed functioneert en grijpen in met nieuwe maatregelen. Subsidies, aangescherpte kerndoelen, richtlijnen, inspectiekaders, hervormingen. Alles met de beste bedoelingen: om het onderwijs gezonder, effectiever en toekomstbestendiger te maken.


Maar zoals Plato al waarschuwde, schuilt hier een fundamentele fout. We proberen het lichaam te genezen door steeds nieuwe ingrepen te doen, terwijl we de ziel -dat wat het lichaam bezielt- onvoldoende meenemen.


We repareren onderdelen zonder het geheel werkelijk te beschouwen. We herschrijven doelen, optimaliseren toetsen en verfijnen meetinstrumenten, terwijl iets wezenlijks onbelicht blijft. De vraag waar het onderwijs in wezen over gaat.



Wat buiten beeld raakt

In beleidsstukken spreken we over leerachterstanden, motivatieproblemen en gedragsvraagstukken. Over prestaties die achterblijven en vaardigheden die versterkt moeten worden. Maar we spreken zelden over wat leerlingen bezighoudt. Over waar zij betekenis aan ontlenen. Over hoe zij zich proberen te verhouden tot een wereld die steeds complexer, onzekerder en tegenstrijdiger wordt.


Evenmin spreken we vaak over wat leraren nodig hebben om dat proces te begeleiden. Over ruimte, vertrouwen en adem. Over het spanningsveld tussen mens-zijn en systeemdruk.


Zo behandelen we het onderwijslichaam alsof het losstaat van zijn ziel. Alsof leren gereduceerd kan worden tot overdraagbare kennis en meetbare vaardigheden. Alsof onderwijs niet ook, en misschien wel vooral, gaat over wie leerlingen worden in relatie tot zichzelf, tot anderen en tot de wereld.



Onderwijs als bestaansvorming

Onderwijs raakt aan bestaanszekerheid, niet alleen in economische zin, maar in existentiële zin. Aan betekenisgeving. Aan het gevoel ertoe te doen. Wanneer die laag structureel wordt genegeerd, blijven we sleutelen aan onderdelen zonder ooit werkelijk te helen.


Dan ontstaat vermoeidheid. Bij leerlingen die zich niet gezien voelen in het curriculum. Bij leraren die hun vak steeds verder zien versmallen tot uitvoeringspraktijk. Bij scholen die balanceren tussen zorgplicht en prestatiedruk.


De vraag is dan niet: welke maatregel ontbreekt er nog? De vraag is: wat zijn we onderweg kwijtgeraakt?



De moed om het geheel weer te zien

Mijn wens voor het nieuwe jaar is dan ook geen nieuw model en geen volgende hervorming. Het is de moed om het geheel weer serieus te nemen. Om ruimte te maken voor het gesprek over wat onderwijs in wezen zou moeten zijn.


Dat vraagt curriculumbewustzijn: het besef dat neutraliteit een illusie is en dat elke onderwijskeuze, expliciet of impliciet, een mensbeeld verraadt. Dat wat we onderwijzen en hoe we dat doen, altijd iets zegt over wat we waardevol vinden in mensen.

Herstel begint daarom niet met nóg een beleidsstuk. Het begint met het terugbrengen van ziel in het onderwijs.



Ziel terugbrengen in de praktijk

Dat betekent leraren ruimte geven om betekenisvol te werken. Om soms te vertragen. Om stil te staan bij wat zich aandient. Om gesprekken te voeren die niet direct in leerdoelen te vangen zijn, maar die wel vormend zijn.


Het betekent scholen die durven ademen. Die ruimte creëren voor perspectiefvorming, voor dialoog, voor kunst en reflectie. Niet als luxe, maar als kern van onderwijs dat mensen helpt zich te verhouden tot de wereld.


Als we het onderwijs werkelijk willen versterken, zullen we moeten stoppen met het scheiden van hoofd, lichaam en ziel. Niet door systemen af te schaffen, maar door ze opnieuw te verbinden met dat wat ze zouden moeten dienen.


Dat is mijn wens voor dit jaar.

Opmerkingen


Het is niet meer mogelijk om opmerkingen te plaatsen bij deze post. Neem contact op met de website-eigenaar voor meer info.
bottom of page