top of page

Van Plato naar beleid — van wijsbegeerte naar basisvaardigheden

  • Foto van schrijver: Pien
    Pien
  • 13 jan
  • 3 minuten om te lezen

Wijsbegeerte wordt vaak omschreven als het streven naar wijsheid en kennis: een kritische en levensbeschouwelijke zoektocht naar fundamentele vragen over de mens, de wereld en het bestaan. Filosofie draait niet om het produceren van pasklare antwoorden, maar om het verdiepen van begrip. Om kritisch denken, argumentatie en het durven bevragen van wat vanzelfsprekend lijkt. Het is een oefening in vertraging, in nuance, in het uithouden van complexiteit.


Juist daarom schuurt wijsbegeerte zo vaak met onderwijsbeleid.


(Afbeelding: Plato`s Academy, een mozaïek uit Pompeii, wikipedia)
(Afbeelding: Plato`s Academy, een mozaïek uit Pompeii, wikipedia)

Onderwijs als zielenzorg

Voor Plato was onderwijs geen instrumenteel proces. Het was geen middel om vaardigheden te trainen of kennis efficiënt over te dragen. Onderwijs was, in de kern, zielenzorg. Niet de vraag wat iemand moest kunnen stond centraal, maar wie iemand werd.


In zijn ideeënleer stelt Plato dat ware kennis niet ontstaat door het verzamelen van losse feiten, maar door anamnesis: het herinneren van eeuwige waarheden die al in de mens besloten liggen. Leren is in dat denken geen accumulatie, maar een ontvouwing. Geen vulling van een leeg vat, maar een proces van wakker maken.


In navolging van Socrates geloofde Plato dan ook niet dat kennis simpelweg overdraagbaar is. Weten ontstaat in de dialectiek: het gesprek, het stellen van vragen, het gezamenlijk onderzoeken van aannames. De socratische dialoog is geen methode om antwoorden te leveren, maar een oefening in denken. Door twijfel, tegenspraak en herformulering wordt het denken aangescherpt. Onderwijs is hier geen instructie, maar ontmoeting. Een relationeel proces waarin leerlingen actief betrokken zijn bij het zoeken naar betekenis.



De verschuiving in het heden

Zetten we dit denken naast het hedendaagse onderwijs, dan wordt een scherpe verschuiving zichtbaar. Wanneer onderwijs vandaag wordt gereduceerd tot basisvaardigheden, verandert ongemerkt de onderliggende vraag. Niet langer: wie wordt deze leerling? Maar: wat moet deze leerling beheersen?


Lezen, rekenen en schrijven zijn onmiskenbaar belangrijk. Ze vormen noodzakelijke voorwaarden om te kunnen deelnemen aan de samenleving. Maar wanneer deze vaardigheden worden gepresenteerd als het fundament van onderwijs, in plaats van als middelen binnen een breder vormingsproces, verschuift de pedagogische horizon.

Vorming maakt plaats voor beheersing. Betekenis voor meetbaarheid.Dialoog voor instructie.


Wat telt, is wat aantoonbaar beheerst wordt. Wat niet meetbaar is, raakt op de achtergrond. Zo verschraalt onderwijs langzaam van een ruimte voor menswording tot een systeem van vaardigheidstraining.



Wat beschouwen we als ‘basis’?

De kernvraag die Plato ons nalaat, is vandaag misschien urgenter dan ooit: waartoe leiden we leerlingen op?


Gaat het om functionele deelname of om een betekenisvol bestaan? Om correcte antwoorden of om oordeelsvermogen? Om (basis)vaardigheden of om wijsheid?

Misschien ligt de uitdaging van het huidige onderwijsbeleid niet zozeer in het versterken van basisvaardigheden op zichzelf, maar in het herijken van wat wij als basis beschouwen. Want wat zegt het over ons mensbeeld wanneer we vaardigheden losmaken van morele oriëntatie, van het vermogen tot reflectie, van het leren omgaan met twijfel en verantwoordelijkheid?


Plato zou vermoedelijk stellen dat onderwijs zonder aandacht voor de ziel leeg blijft. Hoe efficiënt het ook is ingericht. Hoe strak de doelen ook zijn geformuleerd. Zonder ruimte voor het goede leven, voor moreel denken en voor het oefenen van oordeel, verwordt onderwijs tot een technisch proces.



De vraag achter de vraag

De vraag is niet of we basisvaardigheden nodig hebben. Die hebben we nodig, zonder twijfel. De vraag is: waartoe?


Wanneer basisvaardigheden niet langer worden verbonden aan betekenis, perspectief en menswording, verliezen zij hun richting. Dan worden ze doel op zichzelf, losgezongen van het leven waarvoor ze bedoeld zijn.


Misschien vraagt deze tijd daarom niet om minder aandacht voor vaardigheden, maar om meer wijsbegeerte. Niet als apart vak, maar als houding. Als manier van kijken naar onderwijs waarin de vraag wie wordt deze leerling? weer net zo vanzelfsprekend wordt als wat moet hij of zij kunnen?


Tussen Plato en beleid ligt geen kloof die onoverbrugbaar is. Er ligt een uitnodiging. Om opnieuw te bepalen wat we onder onderwijs verstaan en wie we daarin willen vormen.

Opmerkingen


Het is niet meer mogelijk om opmerkingen te plaatsen bij deze post. Neem contact op met de website-eigenaar voor meer info.
bottom of page