De mythe van meetbaarheid
- Pien

- 3 dagen geleden
- 3 minuten om te lezen

Niet alles wat telt is meetbaar. We kennen die zin inmiddels goed. We citeren haar graag in lezingen en beleidsstukken, vaak als bijzin of nuancering. Maar in de dagelijkse onderwijspraktijk handelen we er zelden naar. Wat niet meetbaar is, schuiven we al snel opzij. Naar het einde van de les. Naar het creatieve uurtje. Naar “als er nog tijd over is”.
Alsof betekenis optioneel is.
En juist daar wringt het. Want wat wij onder bredere vorming scharen -reflectie, dialoog, verbeelding, betrokkenheid- is geen versiering rond het echte leren. Het gaat vooraf aan leren. Het vormt de bedding waarin motivatie, nieuwsgierigheid en eigenaarschap kunnen ontstaan. Zonder die bedding blijft leren technisch, vluchtig en vaak leeg.
De opmars van meten
De afgelopen jaren is het onderwijs steeds beter geworden in meten. We meten leeropbrengsten, vaardigheden, groei, rendement, voortgang. We vergelijken cohorten, analyseren data en sturen bij op basis van grafieken en signaleringssystemen. Dat heeft veel gebracht. Het heeft zichtbaar gemaakt waar ongelijkheid ontstaat, waar ondersteuning nodig is en waar onderwijs tekortschiet.
Maar deze ontwikkeling heeft ook een schaduwzijde. In onze drang om grip te krijgen, zijn we langzaam gaan geloven dat wat telt, meetbaar moet zijn. En wat niet meetbaar is, verdwijnt naar de marge. Niet omdat het onbelangrijk wordt gevonden, maar omdat het niet past binnen de logica van verantwoording en controle.
Zo ontstaat de mythe van meetbaarheid: het idee dat waarde samenvalt met meetbaarheid.
Waar vorming werkelijk plaatsvindt
Wie met leerlingen werkt, weet hoe misleidend die mythe is. Vorming voltrekt zich zelden langs vooraf uitgestippelde lijnen. Ze vindt plaats in momenten die zich niet laten plannen of vastleggen. In een vraag die na de les blijft hangen. In een gesprek dat schuurt en niet direct wordt afgerond. In een beeld, een tekst of een kunstwerk dat iets opent wat eerst gesloten bleef.
Het zijn momenten waarop geen toets volgt, maar wel iets verschuift. In denken. In houding. In zelfbeeld. Vaak zijn ze pas achteraf herkenbaar en soms zelfs pas jaren later. En juist daarom laten ze zich zo slecht vangen in meetinstrumenten.
Dat maakt ze niet vaag. Het maakt ze wezenlijk.
Leren is niet hetzelfde als presteren
Wanneer onderwijs zich uitsluitend richt op wat meetbaar is, verarmt het zijn eigen opdracht. Want leren is niet hetzelfde als presteren. Presteren vraagt om zichtbare output. Leren vraagt om tijd, herhaling, twijfel en betekenisgeving. Het vraagt om ruimte om niet te weten. Om vragen te stellen zonder direct antwoord.
Algemene Culturele Vorming vertrekt precies vanuit deze spanning. Niet vanuit een afwijzing van kennis of kwaliteit, maar vanuit verzet tegen het idee dat het niet-meetbare minder waardevol zou zijn. Vorming gaat over perspectief, verhouding tot de wereld en het ontwikkelen van oordeelsvermogen. Dat zijn geen lineaire processen. Ze laten zich niet afdwingen, niet versnellen en niet standaardiseren.
Maar ze laten zich wél mogelijk maken.
Soms is daarvoor geen aparte les nodig. Soms volstaat vijf minuten aan het begin van een les. Een vraag die het onderwerp opent. Een beeld dat verwarring zaait. Een moment waarin leerlingen worden uitgenodigd om niet meteen te antwoorden, maar eerst te kijken, te voelen, te denken.
Onderwijs als gift, niet als product
Misschien vraagt dit om een andere manier van kijken naar onderwijsinhoud. Minder als product dat moet worden afgeleverd, meer als gift die wordt aangereikt. Een gift die niet gegarandeerd wordt aangenomen, maar die wel met zorg wordt aangeboden.
Dat vraagt van leraren een andere houding. Niet alleen leidend, maar ook naast de inhoud durven staan. De stof bevragen in plaats van haar als vanzelfsprekend beschouwen. Ruimte laten voor interpretatie, voor verschil, voor betekenis die niet vooraf is vastgelegd.
Dat is spannend. Zeker in een systeem dat vraagt om aantoonbaarheid en resultaat. Maar het is ook precies daar dat onderwijs weer menselijk wordt.
Aandacht als pedagogische keuze
Niet alles wat telt is meetbaar. Maar alles wat telt, vraagt wél aandacht.
Aandacht is geen restcategorie. Het is een pedagogische keuze. Het is besluiten dat niet alles wat waardevol is, onmiddellijk zichtbaar hoeft te zijn. Dat sommige processen tijd nodig hebben. Dat vorming zich soms pas toont in hoe leerlingen later spreken, kiezen en zich verhouden tot anderen.
Wanneer we die aandacht opnieuw durven geven, ontstaat er ruimte. Voor betrokkenheid. Voor diepgang. Voor leren dat blijft hangen, juist omdat het niet is afgevinkt.
Misschien is dat wel de werkelijke uitdaging van deze tijd: niet nóg beter meten, maar opnieuw leren zien wat we dreigen te verliezen wanneer meten het enige kompas wordt.
Niet alles wat telt is meetbaar. Maar alles wat telt, verdient het om serieus genomen te worden.



Opmerkingen