top of page

Het fundament van burgerschapsvorming moet eerder en dieper worden gelegd

  • Foto van schrijver: Pien Tje
    Pien Tje
  • 30 okt 2025
  • 3 minuten om te lezen

Bijgewerkt op: 13 uur geleden

‘Het fundament van burgerschapsvorming moet vroeger en steviger worden gelegd’, kopte de de Volkskrant 29 oktober 2025. In het artikel kwam een docent maatschappijleer aan het woord die scherp verwoordde wat veel onderwijsprofessionals dagelijks ervaren: jongeren maken te laat en te weinig kennis met de democratische spelregels. Dat maakt hen kwetsbaar in een tijd waarin algoritmes bepalen wat zichtbaar is en waarin de simpelste boodschap vaak de meeste aandacht krijgt.


De oproep in het artikel was helder: dit vraagt om een stevige opdracht voor een nieuw kabinet. Burgerschapsvorming moet niet worden gezien als iets dat je pas in de bovenbouw introduceert, maar als een fundament dat vroeg wordt gelegd en zorgvuldig wordt opgebouwd. Alleen dan kunnen jongeren weerbaar worden in een samenleving waarin nuance steeds minder vanzelfsprekend is.


Wat in dit betoog impliciet meespeelt, is een belangrijk inzicht: democratische weerbaarheid ontstaat niet vanzelf door kennis alleen.



Burgerschap is geen vak, maar een manier van kijken

Precies hier raakt het artikel aan de kern van Algemene Culturele Vorming (ACV). Binnen ACV wordt burgerschap niet opgevat als een afzonderlijk vak of als een afgebakend leergebied dat je “even behandelt”. Burgerschap is geen hoofdstuk, maar een houding. Het is een manier van kijken naar jezelf, de ander en de wereld. Steeds opnieuw, vanuit wisselende perspectieven.


Wanneer burgerschap uitsluitend wordt ingevuld als kennis van instituties, wetten en procedures, blijft iets wezenlijks onbesproken. Dan weten leerlingen hoe de democratie werkt, maar oefenen ze nauwelijks met wat het betekent om er deel van uit te maken. Om je te verhouden tot verschil. Om verantwoordelijkheid te dragen voor je woorden, je keuzes en je positie.


ACV vertrekt daarom vanuit het idee dat burgerschapsvorming alleen betekenisvol kan zijn wanneer leerlingen leren schakelen tussen perspectieven. Dat gebeurt niet in één les of één vak, maar juist in de afwisseling tussen taal, kunst, filosofie, geschiedenis, media en ontmoeting.



Perspectiefvorming als democratische kernvaardigheid

Perspectiefvorming betekent leren zien dat je altijd ergens staat. Dat jouw blik niet neutraal is, maar gevormd door ervaringen, overtuigingen en context. En dat die blik zich verhoudt tot andere blikken. Soms schurend, soms verrijkend, soms confronterend.


Binnen burgerschapsvorming gaat het daarom niet enkel om vragen als: Wat is democratie? of Hoe werkt besluitvorming? 


Maar ook, en misschien wel vooral, om vragen als:

Wie ben ik binnen dit geheel?

Hoe verhoud ik mij tot iemand die anders denkt dan ik?

elke verantwoordelijkheid draag ik, juist wanneer het ingewikkeld wordt?


Dat zijn geen vragen die je één keer beantwoordt. Het zijn vragen die misschien zelfs nooit beantwoord worden, maar in ontwikkeling blijven.


Vroeg, herhaald en in toenemende complexiteit. Precies daar ontstaat weerbaarheid: niet als pantser, maar als vermogen om te blijven denken, luisteren en afwegen in een wereld vol prikkels en simplificaties.



Tegenwicht bieden aan de algoritmecultuur

De docent in het Volkskrant-artikel benoemt terecht de invloed van de algoritmecultuur, waarin snelheid, bevestiging en versimpeling domineren. Juist in zo’n context is onderwijs een van de weinige plekken waar vertraagd mag worden. Waar twijfel geen zwakte is, maar een kracht. Waar leerlingen leren dat complexe vraagstukken zelden één juiste boodschap kennen.


Algemene Culturele Vorming biedt dat tegenwicht door leerlingen niet alleen bloot te stellen aan informatie, maar aan betekenisvolle ervaringen. Door kunst, dialoog en reflectie te verbinden aan maatschappelijke thema’s, leren leerlingen dat democratie niet alleen een systeem is, maar een voortdurend gesprek waaraan zij zelf deelnemen.



Burgerschap als doorlopende lijn

Bij EigenlijkWijs zijn deze verschillende burgerschapsperspectieven uitgewerkt in doorlopende leerlijnen, vanaf jonge leeftijd tot en met het voortgezet onderwijs. Niet als losstaande burgerschapslessen, maar als samenhangend curriculum waarin leerlingen stap voor stap oefenen met perspectief, verantwoordelijkheid en betrokkenheid.

Zo wordt het fundament niet alleen vroeger gelegd, maar ook dieper verankerd. Niet door meer regels of meer toetsen, maar door meer ruimte voor denken, voelen en verbeelden.


De vraag die het Volkskrant-artikel oproept, is daarmee geen beleidsvraag alleen. Het is een pedagogische vraag: durven we burgerschapsvorming serieus genoeg te nemen om het niet te reduceren tot kennisoverdracht?


Want wie wil dat jongeren later standhouden in een complexe democratie, zal hen nu al moeten leren leven met complexiteit.

Opmerkingen


Het is niet meer mogelijk om opmerkingen te plaatsen bij deze post. Neem contact op met de website-eigenaar voor meer info.
bottom of page