top of page

Kansgelijkheid is niet haalbaar, perspectiefvorming wél

  • Foto van schrijver: Pien Tje
    Pien Tje
  • 19 dec 2025
  • 3 minuten om te lezen

Het klinkt in eerste instantie als een doemgedachte, misschien zelfs als een capitulatie: kansgelijkheid is niet haalbaar. In een onderwijscontext waarin gelijke kansen bijna heilig zijn verklaard, roept zo’n uitspraak weerstand op. Alsof je het ideaal loslaat. Alsof je je neerlegt bij ongelijkheid.


Maar precies hier is nuance nodig. Want onderwijs kan niet streven naar gelijke omstandigheden, daarvoor is de werkelijkheid te ongelijk, te weerbarstig en te menselijk. Wat onderwijs wél kan doen, is zorgen voor gelijke toegang tot perspectiefvorming: tot bestaanszekerheid, betekenisgeving en het ontwikkelen van een eigen stem in verhouding tot de wereld.


Dat is geen lagere ambitie. Het is een andere.


De ongemakkelijke waarheid achter kansgelijkheid

Er is een waarheid waar we in het onderwijs liever omheen bewegen, juist omdat ze zo botst met onze goede bedoelingen. Leerlingen komen niet binnen als lege vellen papier die we gelijk kunnen beschrijven. Ze komen binnen als dragers van geschiedenis. Van cultuur en taal. Van verlies en veerkracht. Van privileges en zorgen. Van armoede, migratiegeschiedenis, familieverhalen, accenten, verwachtingen en dromen.

Geen leerling begint op nul.


De gedachte dat je deze verschillen kunt wegfilteren, compenseren of gladstrijken, is aantrekkelijk maar uiteindelijk een illusie. Niet omdat scholen tekortschieten, maar omdat kansgelijkheid een mate van controle over levensomstandigheden veronderstelt die geen enkele school bezit. Ouders, geldstress, gezondheid, huisvesting, veiligheid, netwerk: het zijn variabelen die zich niet laten normaliseren of standaardiseren.

Toch blijven we het proberen. Vaak vanuit een diep en oprecht verlangen om recht te doen. Maar kansgelijkheid als beleidsdoel leidt onvermijdelijk tot spanning. Tot teleurstelling, wanneer de beloften niet worden waargemaakt. Of tot nieuwe vormen van ongelijkheid, wanneer kinderen worden gereduceerd tot risicoprofielen, achterstanden of doelgroepen die ‘gecompenseerd’ moeten worden.



Wanneer goede bedoelingen vernauwen

In dat streven naar kansgelijkheid schuilt een paradox. Hoe sterker we proberen verschillen te neutraliseren, hoe groter het risico dat we ze vastzetten. Verwachtingen worden verlaagd “uit realisme”. Leerlingen worden gezien door de bril van wat ze missen in plaats van wat ze meebrengen. Het curriculum wordt ingericht rondom tekorten, niet rondom betekenis.


Zo kan een ideaal dat bedoeld is om rechtvaardigheid te bevorderen, onbedoeld bijdragen aan vernauwing. Niet omdat leraren niet zorgvuldig zijn, maar omdat het uitgangspunt zelf te smal is.


De vraag is daarom niet of kansgelijkheid belangrijk is. De vraag is of het het juiste ankerpunt is voor ons pedagogisch handelen.



Een verschuiving van perspectief

Wat gebeurt er als we het perspectief verschuiven?

Wat als kansgelijkheid niet gaat over gelijke omstandigheden, maar over gelijke toegang tot perspectiefvorming?


Perspectiefvorming is iets anders dan kansen verdelen. Het gaat niet over het beloven van gelijke uitkomsten. Het gaat over het openen van denk- en leefwerelden. Over de mogelijkheid om je eigen plek in de wereld te leren zien en bevragen. Om meerdere manieren van kijken te leren kennen, ook die welke niet vanzelfsprekend zijn binnen je eigen omgeving.


Perspectiefvorming betekent begrijpen dat jouw blik niet de norm is, maar één van de vele mogelijke blikken. Dat jouw verhaal ertoe doet, juist in relatie tot andere verhalen. En dat je, ongeacht je beginsituatie, een stem kunt ontwikkelen in het grotere geheel.

Dat is geen abstract ideaal. Het is een concrete pedagogische opdracht.



Bestaanszekerheid en betekenisgeving

Wanneer leerlingen toegang krijgen tot perspectiefvorming, gebeurt er iets wezenlijks. Ze leren zichzelf niet alleen kennen als leerling, maar als mens in verhouding. Ze ontdekken dat hun ervaringen -hoe verschillend ook- betekenis kunnen krijgen wanneer ze worden verbonden aan taal, kunst, geschiedenis en dialoog.

Hier raakt perspectiefvorming aan bestaanszekerheid. Niet in economische zin alleen, maar in existentiële zin: het gevoel dat je er mag zijn, dat je gezien wordt, dat je niet samenvalt met je omstandigheden. Dat je meer bent dan je startpositie.


Onderwijs kan die zekerheid niet garanderen. Maar het kan wel ruimte creëren waarin leerlingen leren denken voorbij hun onmiddellijke horizon. Waarin ze oefenen met vragen als: Wie ben ik? Waar sta ik? Wat is mijn verantwoordelijkheid tegenover anderen?


Van gelijkmaken naar recht doen

Deze verschuiving vraagt iets fundamenteels van onderwijs. Minder focus op gelijkmaken. Meer aandacht voor recht doen aan verschil. Niet door verschillen te negeren, maar door ze serieus te nemen als vertrekpunt voor leren.

Dat betekent dat burgerschap, cultuur, kunst en filosofie geen bijzaak zijn, maar kerngebieden waarin perspectiefvorming plaatsvindt. Dat leerlingen niet alleen leren wat de wereld is, maar ook hoe zij zich daartoe kunnen verhouden.


Kansgelijkheid mag dan een onhaalbaar eindpunt zijn, perspectiefvorming is een dagelijkse praktijk. Een oefening die begint in de klas, in het gesprek, in het kijken, luisteren en verbeelden.


Misschien is dat wel de meest eerlijke belofte die onderwijs kan doen: niet dat we alle verschillen kunnen opheffen, maar dat we iedere leerling toegang geven tot betekenis, stem en verhouding.


En dat is geen kleine ambitie. Het is een radicale.

Opmerkingen


Het is niet meer mogelijk om opmerkingen te plaatsen bij deze post. Neem contact op met de website-eigenaar voor meer info.
bottom of page